We hebben de beschikking over een computernetwerk. We werken met 16 laptops in een verrijdbare kast. Door te kiezen voor laptops kunnen we zowel in de klassen als in andere ruimtes van de school met computers werken.
Daarnaast staan er in elke klas één of meerdere vaste computers, aangesloten op het zelfde netwerk.
Ten slotte hebben we in een apart computerlokaal nog 8 computers, die op een apart netwerk zijn aangesloten. Ook deze computers zijn verbonden met het internet.
De computers worden onderwijsondersteunend ingezet, d.w.z. dat ze een aanvulling zijn op de leerstof, waarmee we in de klassen werken. Het gebruik van de computer wordt geïntegreerd binnen de bestaande vakken. Daarnaast zijn er leerlijnen uitgezet, waarmee kinderen vanaf groep 5 systematisch bepaalde ICT-vaardigheden onder de knie krijgen. Vooral tekstverwerken, informatieverwerking, internet, email en werkstukken maken komen hier aan de orde. Deze leerlijnen sluiten aan bij het voortgezet onderwijs.
Om een indruk te geven wat we er mee kunnen en willen doen (en inmiddels al in de praktijk brengen) zetten we hieronder een en ander op een rijtje.
Computers zien we niet als een doel, maar als een middel. Het is zo langzamerhand iedereen wel duidelijk dat we er niet meer om heen kunnen (en hoeven). Kinderen leren spelenderwijs met de computers omgaan. Dat begint al in de kleutergroepen. Als de kinderen bij ons op school zijn “afgestudeerd” hebben ze al heel wat computervaardigheden opgepikt.
De kerndoelen voor ICT worden dan ook niet apart vermeld, maar staan “verpakt” in de kerndoelen van de overige leer- en vormingsgebieden. Dit geeft dan ook weer duidelijk aan dat ICT geen doel op zich is, maar geïntegreerd moet worden met de bestaande vakken en vormingsgebieden.

1. Leren werken met de computer (groep 1 en 2)
In de kleuterbouw krijgen de kinderen al meteen te maken met computers. Voor zover ze het thuis niet hebben geleerd, moeten
ze vaardig worden met muis en toetsenbord. Bij de vaardigheden van de muis horen aanwijzen, klikken, dubbelklikken en slepen.
Bij de vaardigheden van het toetsenbord horen het typen van letters (later ook hoofdletters), de toets enter, de
toets backspace (gummetje), de functietoetsen, de delete-toets. Deze toetsenbord-vaardigheden kunnen ook
aangeleerd worden in groep 3 en 4, al naar gelang de software dat vereist.
2. De computer als leermiddel en uitbreiding bij methoden (groep 2 t/m 8)
De stof van de methoden kan uitgebreid worden met en aangevuld worden door computerprogramma's. Deze software heeft
onderstaande voordelen t.o.v. het werken uit een boek en het werken in een schrift.
Als een kind in een schrift een oefening maakt, krijgt het dit vaak pas de volgende dag terug. Tijdens het werken wordt en kind meestal niet gewezen op een gemaakte fout. Dit gebeurt pas bij het terugkrijgen, de volgende dag. Dit werkt niet effectief. Beter is het om bij het oefenen direct gewezen te worden op een fout en het kind krijgt de mogelijkheid deze te verbeteren (op een vriendelijke manier).
Een goed computerprogramma geeft feedback op foute invoer. Een goed computerprogramma onthoudt wat een kind fout doet en komt daar later weer op terug. Het leerproces is op deze wijze efficiënter. Helaas is er nog veel software die dit principe niet ondersteunt.
Veel correctiestrepen in een schrift motiveren niet echt. Een computer is wat dat betreft gebruikersvriendelijker.
Voor automatisering is de computer een goed hulpmiddel. Het doorbreekt de sleur van steeds maar weer oefenen in een schriftje of uit een boek. Het maakt het herhaald oefenen van woorden of sommen aantrekkelijker.
Met een computer heb je een goed middel om te differentiëren, zowel naar onder als naar boven. Ook voor (hoog)begaafde kinderen zijn er genoeg mogelijkheden.
De leerstof uit boeken en schriften is behoorlijk statisch, terwijl goede software interactief is. Dit biedt een nieuw perspectief wat betreft het aanbieden van stof. Een kind krijgt feedback op datgene waarmee hij bezig is. Misschien is dit nog een van de mooiste aanvullingen bij het gebruik van de methoden. Dat wat een leerboek niet kan bieden is ineens wel mogelijk met de computer. Bovendien is er meer mogelijk. Denk bijv. aan animaties, beweging, filmpjes, geluid etc. Inzicht in breuken bv. kan op deze wijze worden aangeleerd. Zo ook het rekenen m.b.v. het honderdveld.
3. De computer voor zorgbreedte (groep 3 t/m 8)
Een belangrijk item binnen het hedendaagse onderwijs is toch wel de zorgbreedte. Deze zorgbreedte richt zich op 2 kanten:
Zorg naar kinderen met leerproblemen en/of -achterstanden. Deze kinderen kunnen veel baat hebben bij het werken met de computer. Zie hiervoor alle bovenstaande punten. In combinatie met zelfstandig werken kunnen kinderen ook op eigen kracht werken aan hun programma. Een RT-leerkracht is dan niet altijd nodig bij het extra oefenen.
Zorg naar extra begaafde kinderen. Om extra verrijking in de leerstof te geven kan de computer een goed hulpmiddel zijn.
Veel programma's zijn dusdanig opgezet dat deze kinderen voldoende uitdaging kunnen vinden.
Op dit moment is een RT-leerkracht ook tijdens de RT-tijd soms bezig met het oefenen en automatiseren van de leerstof. Op
zich hoeft dit niet verkeerd te zijn, maar dit kan ook buiten de RT-tijd gebeuren met behulp van goede programma's.
Bovendien kan het in de klas gebeuren in plaats van er buiten.
Ook kinderen die niet per sé RT nodig hebben, maar wel de extra oefening, kunnen met goede computerprogramma's goed
uit de voeten.
4. Computer als hulpmiddel (vanaf groep 4)
In ons dagelijkse leven gebruiken we de computer vaak als hulpmiddel, zoals een timmerman ook z'n hulpmiddelen gebruikt.
Denk hierbij aan tekstverwerking, financiën, teken- en ontwerpprogramma's, databases, fotobewerking e.d.
Wat is voor kinderen belangrijk om op de basisschool alvast te leren? In ieder geval is dit tekstverwerking. Vanaf groep 4
kunnen de kinderen al op een simpele manier hun eigen teksten typen. In de vervolggroepen kunnen de kinderen steeds meer
trucjes van de tekstverwerker leren. Toe te passen bij o.a. creatief schrijven, schoolkrant, werkstukken e.d.
Helemaal mooi is natuurlijk als de kinderen zelf internetpagina's kunnen maken. Dit is niet moeilijker dan tekstverwerken.
Pagina's kunnen gepubliceerd worden op onze eigen website.
5. De computer als informatiebron (groep 6 t/m 8)
We leven nu in de 21e eeuw. Ontwikkelingen volgen elkaar in een stormachtig tempo op. De wereld om ons heen wordt steeds
complexer. Er gebeurt steeds meer en er ontstaan steeds nieuwe media waarop de informatie tot ons komt.
Alles als parate kennis hebben lukt op den duur niet meer. Belangrijker wordt de vraag: hoe kom ik aan informatie. Waar kan
ik e.e.a. vinden? Via welke middelen moet ik de informatie krijgen? Bij deze vraag neemt de computer een prominente plaats
in.
Allereerst moeten de kinderen leren om te gaan met Internet. De twee belangrijkste onderdelen hiervan zijn het World Wide
Web (WWW), oftewel het surfen. Daarnaast is om kunnen gaan met e-mail ook belangrijk.
Wat betreft het World Wide Web: hier staat zo ontzettend veel informatie op, dat het zoeken wordt naar een naald in een
hooiberg. Zoekmachines zoals Ilse en Google kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn. We hebben gekozen om wel te filteren:
"verkeerde" websites worden niet doorgelaten. Daarnaast leren we de kinderen ook hun eigen verantwoordelijk daarin te nemen.
Wat betreft e-mail: elke groep krijgt binnenkort een eigen e-mail adres via Kennisnet.
Het is zelfs mogelijk dat kinderen uit groep 8 zelf internetpagina's leren maken. Dit is niet moeilijker dan tekstverwerken.
Deze kunnen dan als aanvulling gepubliceerd worden op onze eigen website.
Ook software met informatie moet toegankelijk gemaakt worden voor kinderen. Denk hierbij aan een encyclopedie, informatieve Cd-rom's over bepaalde onderwerpen en elektronische woordenboeken. Het voordeel van een interactieve encyclopedie en Cd-rom is dat het geluid en filmfragmenten bevat. Ook de animaties kunnen zeer verhelderend werken. Het voordeel van een elektronisch woordenboek zijn de verfijnde zoekmethoden die met een gewoon woordenboek niet mogelijk zijn.
6. Ontspanning (groep 1 t/m 8)
Net zoals je met de traditionele spelletjes even je zinnen kunt verzetten, kun je dit ook met de computer doen. Nu bestaan
er diverse categorieën spelletjes. Voor schoolgebruik zijn die spelletjes interessant, waarbij hersenen en geheugen
gestimuleerd worden. Te denken valt daarbij aan bijv. schaken, dammen, lingo, galgje, memorie etc.
7. Administratie (personeel)
Deze toepassing is bestemd voor het personeel. Te denken valt aan tekstverwerking, leerlingenadministratie,
leerlingvolgsysteem, financiële administratie, les- en vakantieroosters (activiteitenplan), sociogrammen, telefoon- en
postcodeboek en hulpprogramma's voor het maken van de website.